selecteer -Hitlijst-


De 20 dirigenten van de Wijnwereld  

 

Met de reeks 'De 20 dirigenten van de wijnwereld' grasduinen we door alle continenten, want wijn is van de wereld, niet van Europa alleen. Vaak krijgen we een verhaal van passie, dat op zeker ogenblik een huwelijk moest aangaan met de zakenwereld, soms om te overleven, soms omdat het succes onhandelbaar werd. We hebben het daarbij niet alleen over wijnmakers of bekende wijncritici, maar ook over de leefwereld rond hen, de locale wijnproblematiek, zodat vaak een onthullend en verrassend beeld wordt opgeworpen over de wijnwereld.
Om het spannend te maken, spelen we het zoals sommige eindejaarslijstjes: we beginnen bij het nummer 20 en eindigen bij de meest invloedrijke wijnpersoonlijkheid. De toekenning van de nummers is deels subjectief, staar u dus niet blind op de volgorde. Hierbij onze nummer 10.

 

 

LEO GHYSELS en OXFAM FAIRTRADE (Deel 3)

Oxfam Fairtrade associëren veel mensen nog altijd met jutten zakjes en terracotta-beeldjes die je kan kopen om de indianen van Zuid-Amerika te steunen. Ten onrechte. Oxfam staat ook voor massa's wijn, fruitsap en bier. Oxfam België importeert om een deel ervan zelf te exporteren. Zo neemt het inmiddels 1,3 miljoen flessen wijn af in Zuid-Amerika en Zuid-Afrika en werd het de tweede grootste importeur van Chileense wijnen in België. De man achter deze vriendelijke handel is Leo Ghysels. En om te begrijpen waar het precies om draait, drukken we een reisverhaal af van Panorama en Terzake-medewerker William van Laeken, die enkele jaren geleden een tocht maakte langs de leveranciers van Oxfam Fairtrade in Chili.

 

 

Chili con Vino

William van Laeken ontdekt Fair Trade

 

In april 2006 trok William van Laeken, het toenmalige gezicht van het VRT-programma ‘Panorama’, op uitnodiging van Oxfam-Wereldwinkels naar Chili. In zijn reiskoffer zat een Rough Guide en een reistraject dat Oxfam Fairtrade voor hem had uitgestippeld, in zijn hoofd wat noodzakelijke informatie over fair trade en ‘onze partners’ die hij er zou ontmoeten.

Van Laeken was nooit eerder in Latijns-Amerika geweest. Met de verwondering van de ontdekkingsreiziger en de nieuwsgierigheid van de journalist trad hij het land van de Mapuche tegemoet. Kritisch, aftastend, gul. De reiziger William van Laeken bezoekt de wijnboeren op hun velden, praat met de verantwoordelijken van de coöperaties, polst mensen naar hun visie op Bachelet en hun ervaring met Pinochet. Hij laat ze vertellen over zichzelf en hun familie, hun dorp en hun coöperatie, comercio justo in een land dat “ergens tussen de Derde Wereld en wij” zit.

Dit is zijn reisverhaal, een soortement dagboek dat de imker Florentino en de papajavrouwen van Lipimávida in hun context plaatst en tracht te begrijpen: wat voor land is Chili, wat voor mensen zijn de Chilenen? Geen promoverhaaltje voor fair trade, wel een eerlijke weergave van een bijzondere reiservaring.

(DEEL 3)

 


Het bloed van Lautaro


Een paar vrije uurtjes in Curicó. De Plaza de Armas, volgens mijn Rough Guide “one of the most beautiful central plazas of Chile”, dankt zijn charme aan de tientallen
palmen, ingevoerd, zo lees ik, uit de CanarischeEilanden. In de schaduw van die palmen een aardige, gietijzeren muziekkiosk.

 

En een nogal lelijk standbeeld van Lautaro, de Mapuche-indiaan die het de Spaanse veroveraars van deze contreien knap lastig heeft gemaakt. Volgens Raúl heeft Lautaro zijn Mapuche geleerd dat die schijnbaar onoverwinnelijke buitenaardse wezens met hun karabijnen kwetsbaar waren. Lautaro doodde de conquistador Pedro de Valdivia,
maar liep later zelf in een hinderlaag. Volgens sommige verhalen moest hij gesmolten goud drinken, anderen houden het op een partijtje spieswerpen op zijn ontblote borst.
In de verhalen over Lautaro lopen mythe en historische realiteit door elkaar. Raúl en Sagrada Familia haalden in elk geval zijn naam binnen voor hun betere wijn. “Want el sangre de Lautaro heeft zijn rode kleur aan onze wijn gegeven”, verklapte Raúl me met een knipoog.

 

Langs de Iglesia La Matriz loop ik van het plein weg. Ze biedt een vreemde aanblik: achter de façade gaapt een lege holte. Een tekstbord leert me dat het middenstuk bij de aardbeving van 1985 is ingestort.
Gezellige middagdrukte in de stad. Op de feria, de overdekte markt, liggen tot pakken samengebonden zeealgen die aan • etsbanden doen denken, pepers, aubergines, gelige pompoenen die zapallos heten en groenten die ik nooit eerder heb gezien. De bloemkool ziet er uit als bij ons, het verschil zit hem in de prijs: hier een halve, bij ons 2 euro. In een passage is een druk bezocht eethuis waar ik voor duizend pesos (1,5 euro) een reusachtige sopa eet met aardappelen, brokken rundvlees, een ei en allerlei groenten.
Ik zit alweer in de auto van Raúl. We rijden langs het bekende wijngoed van Miguel Torres. Deze pionero catalán, zoals Raúl hem noemt, introduceerde in de jaren 1980 het gebruik van roestvrije cubas, wijnkuipen, in Chili. Raúl zit niet in met zijn status van kleintje onder de wijnproducenten: “Wat telt is dat we het leven van onze producenten en de kwaliteit van onze producten kunnen verbeteren. Het principe van onze groepering is dat onze leden minstens hun kosten terugverdienen, met liefst iets er bovenop. Vorig jaar kon ik bijna dubbel zoveel betalen voor de druiven van alle socios samen dan in 2004. Dat maakt een mens gelukkig”.
Wat hem ook trots maakt, is dat volgende week een Braziliaanse delegatie op bezoek komt. “Ze willen iets opsteken van onze coöperatie. Ik voel me dan een propagandist van de comercio justo.”

 

Het masker van Clorindo
Clorindo wacht ons op bij zijn prachtig aangelegd perceel: druivelaars op kaarsrechte rijen, trossen op één lijn, alles gesteund door paaltjes en draden, “zodat de druiven meer zon krijgen”. Later begrijp ik ook waarom Clorindo zo hard aan kwaliteitsverbetering doet: tot 2002 kregen de socios van Sagrada Familia allemaal evenveel betaald voor hun druiven, nu wordt de kwaliteit mee in rekening gebracht.

 

Clorindo heeft de grond, acht hectare groot, geërfd van zijn vader, die hem op zijn beurt kreeg van de landhervorming.  Van Raúl weet ik dat die vader een militant van de christelijke vakbond was en tijdens de dictatuur is doodgeslagen door een carabinero die het al lang op hem gemunt had. Clorindo loopt ons voor naar een met golfplaten bedekte keet. Binnen liggen gereedschappen en aangepaste kleding voor de arbeiders.

 

Clorindo werkt met twee contratados die hij 2000 pesos boven op het wettelijke minimum van 4000 pesos (iets meer dan 6 euro) betaalt. Ik zie ook maskers tegen de pesticiden. “Die pesticiden proberen we langzaam af te bouwen”, zegt Clorindo. “Vroeger, tot zowat 2000, leek het wel alsof we irrigeerden met zwavel. Tussen de plantenrijen had je zo goed als dode grond. Nu groeit er terug gras.” Raúl, trots op deze model-socio, zegt wat nijdig: “We vragen al acht maanden aan FLO om hier te komen kijken.  Waarom komen ze niet? We hebben dat certificaat nodig!”
Ik vraag Clorindo naar zijn kinderen. Twee zonen. Eén doet literatuur. “Had ik ook wel gewild, maar dat was toen onmogelijk.” De tweede zit in het vierde middelbaar.
Vanzelf komt het Sociaal Fonds weer ter sprake. Voor de universiteitsstudent krijgt Clorindo 1500 euro uit het Fonds, voor zijn middelbare scholier 850 euro. “Ach, het is allemaal zo anders dan vroeger. En ‘vroeger’ is niet eens zo lang geleden. Wij waren met zessen thuis en we hadden soms honger. Ik herinner me dat ik het vooral erg
vond dat er geen elektriciteit was. Die kwam hier pas in 1992. Wat wisten wij van de wereld? Behoorlijk praten konden we ook al niet. We zeiden enkel ‘ja’ en ‘nee’, met
gebogen hoofd, als de baas iets zei tegen ons. También el comercio justo y Oxfam nos aprendieron a pensar, door hen hebben we ook leren nadenken.”
Voor mij zit een zelfbewuste veertiger, zoveel is duidelijk. Een wijnboer die ondertussen ook • nancieel tegen een stoot kan. “We gaan dit jaar een kwart minder verdienen dan vorig jaar. Maar we geraken daar wel door.”

 

Het zonnetje van Andrés
Andrés en zijn vrouw Paula bewonen zo’n typisch laag houten huisje dat je hier op het Chileense platteland zo vaak ziet. (Dit is een land zonder trappen, denk ik wel eens.) Dochter Andrea wacht ons op. Op tafel staan de koekjesschaal en de limonade klaar.  Vroeger werkte Andrés als dagloner. Toen hij zijn eigen grond kreeg, had hij geen geld en geen gereedschappen.  Wel een paard. “En al een beetje druiven”, zegt hij. “Ik herinner me dat onze afnemer failliet ging. We zaten dat jaar totaal zonder inkomsten, we hebben honger gehad!” “In 1995 begrepen we dat we helemaal op wijn moesten inzetten. Het grote Concha y Toro was heel geïnteresseerd in onze druiven. We hebben toen een informele agrupación opgericht om sterker te staan. En dan kwam Oxfam-Wereldwinkels. Dat verhaal kent u.”

“Onze mannen waren toen voortdurend aan het vergaderen”, valt Paula er tussen.

 

“Van Raúl weet ik dat de vader
van Clorindo tijdens de dictatuur
is doodgeslagen door een
carabinero.

 

Dochter Andrea is het zonnetje in huis. Gewiekst en bijdehand, dat heeft ze duidelijk van haar moeder. Haar verzorgde Spaans steekt af bij dat van haar ouders. Ze zit in haar derde jaar ‘sociaal werk’, een universitaire opleiding van vijf jaar. Ze moest overigens drie jaar wachten alvorens na de middelbare school naar de universiteit te kunnen gaan: er was geen geld. (Eén jaar universiteit kost hier algauw 2500 tot 4000 dollar.)
Als we afscheid nemen, verzucht Andrés: “Wie had ooit kunnen denken dat we nog journalisten op bezoek zouden krijgen? Siento un gran orgullo, ik voel me heel trots.” Andrea, een beetje verontschuldigend: “Dat is de oude nederigheid van de inquilino, de Chileense landarbeider.”
Als we terugrijden, gooit de zon haar laatste, gelige licht op de bergtoppen. Ik pols naar Raúls politieke overtuiging.  “Ik ben militant van de PPD, de Partido Por la Democracia, zeg maar gematigd links. Met de socialisten en de radicalen vormen we binnen de Concertación de sterkste stroming. Omdat we hebben leren samenwerken, ook met de christen-democraten, kunnen we nu al 16 jaar regeren en blijft rechts aan de kant staan.

 

Ten tijde van Allende vonden christen-democraten en marxisten het idioot om samen op te trekken. Maar ze hebben hun lesje wel geleerd. De christen-democraten waren, samen met rechts, tegen Allende. Maar de dictatuur van Pinochet heeft hen daar niet voor beloond, ze werden bijna even hard aangepakt als de marxisten!”

 

De lichtjes van de oude stad


’s Avonds verzamelen alle socios met hun vrouwen in het restaurant van Sagrada Familia. De leden van de coöperatie die ik nog niet had ontmoet, bevestigen wat ik al wist: dit zijn buitenmensen die zich op het land beter thuis voelen dan hier aan tafel met zijn etiquette. Maar de vinos Lautaro doen hun werk, de sfeer wordt gaandeweg losser.

Sebastián, de eigenaar van de wijnbodega, is ook uitgenodigd. Hij is, strikt genomen, de enige kapitalist in het gezelschap. “Tachtig procent van de mensen in de streek moet hard werken voor weinig geld,” vertelt hij.  “Ze verdienen soms niet meer dan 400 dollar per maand, met aftrek van sociale zekerheid en ziekteverzekering.  Heb je die piepkleine huisjes gezien van 30 à 40 m2? Oké, we hebben een regering die daar aan werkt. Maar haar manoeuvreerruimte is klein: Chili blijft un sistema neoliberal con, subyacente, mucha pobreza, met veel onderhuidse armoede.”
Er wordt getoast. Op België, op Oxfam-Wereldwinkels, op Chili. Ik moet zowaar ook iets zeggen en krijg een mooie brievenopener cadeau. “Om mijn e-mail te openen?”, vraag ik flauwtjes, maar er wordt toch gelachen.  Iedereen wil op de foto. Als ik met Raúl wegga, weet ik dat hier nog lang wordt doorgedronken.

 

“Vroeger leek het alsof we irrigeerden
met zwavel. Tussen de plantenrijen
had je zo goed als dode grond.

 

 

Raúl moet uitwijken voor iemand die midden op de weg zijn roes ligt uit te slapen. Hij neemt me nog mee naar het hoogste punt van Curicó, de Cerro Condell, net geen
honderd meter. “Zie je de witte lichtjes? Dat is de oude stad. Alle nieuwe wijken
daarrond hebben gele straatverlichting. Zie je hoe deze stad in tien, twintig jaar uit zijn voegen is gebarsten? Weet je dat er elk jaar, sinds we weer democratie hebben,
180.000 nieuwe woningen in het land worden gebouwd?”

 

 

Los Robles


Los Robles is een coöperatie van een 70-tal kleine en middelgrote druiventelers in de streek van Curicó. De boeren laten bij Los Robles hun druiven verwerken tegen een lagere prijs dan in de streek gangbaar is. De boeren kunnen kiezen of ze de ruwe wijn terugnemen of door de coöperatie laten verkopen. Om leefbaar te zijn, moet Los Robles kunnen exporteren. Dat valt niet mee, gezien het feitelijke exportmonopolie van de grote wijnhuizen.  Door wijn van Los Robles aan te kopen, helpt Oxfam-Wereldwinkels alvast enkele exportbarrières te overwinnen.  Met de steun van Oxfam-Wereldwinkels heeft Los Robles een programma ‘technische ondersteuning aan kleine boeren’ uitgewerkt. En dankzij onze bemiddeling kregen de boeren van El Corazon, een kleine coöperatie die lid van Los Robles is, een lening uit België om hun traditionele druivensoort te vervangen door druiven van betere kwaliteit. Bovenop de eerlijke prijs betalen we een premie die naar ecologische en sociale projecten gaat.  Los Robles investeert heel veel in de ontwikkeling van de hele streek. Dat is de meerwaarde van eerlijke handel.
Partner sinds 1990 (producten Gran Roble en La Vid) – ging in 2008 failliet en de gebouwen en installaties werden nadien verkocht aan Concha y Torres (nvdr)


De vijf Chileense wijnpartners van
Oxfam-Wereldwinkels

 

Oxfam-Wereldwinkels koopt wijn van vijf coöperaties in Chili. William van Laeken bezocht Lomas de Cauquenes, Sagrada Familia en Los Robles. Los Perales en Consorcio Vinicola de Chile lagen niet op zijn reisroute, maar stellen we hier kort aan je voor.

 

 

Los Perales
Sinds 1991 werkt Oxfam-Wereldwinkels samen met Los Perales. De coöperatie stond aan de ‘wieg’ van onze samenwerking met Chili. Maar er is in al die jaren veel veranderd. Los Perales was zeer lang een klassieke coöperatie. Gronden, druiven, werkhuizen en materiaal waren gemeenschappelijk bezit. De opbrengsten van de wijnhandel werden geïnvesteerd in de druiventeelt en de wijnmakerij, de uitbouw van de coöperatie of voorzieningen zoals een irrigatiesysteem, een schooltje, waterleiding en elektriciteit, herbebossing, toeristische infrastructuur.  De voorbije jaren vond de groep een nieuwe dynamiek. Met nieuwe leden. En met een nieuw product: schuimwijn. De samenwerking met Oxfam-Wereldwinkels stelt Los Perales in staat de kwaliteit te verbeteren, te investeren en naar nieuwe markten en nieuwe inkomsten te zoeken.


• Partner sinds 1991
• Producten: Los Perales (rood en wit) en Bio
Schuimwijn

Consorcio Vinicola de Chile


De overgrote meerderheid van de 50 kleine, familiale boeren die bij Consorcio Vinicola de Chile zijn aangesloten, hebben hun gronden te danken aan de landhervorming.  De vijf groepen die deel uitmaken van het ‘consorcio’, zijn samen goed voor 228 hectare wijngaarden. De vijf organisaties kregen overheidssteun om de boeren te begeleiden bij de export van hun producten, een lokaal te huren en een directeur aan te werven. Zo realiseren ze stilaan hun droom: zelf hun wijn maken en exporteren.  Op dit ogenblik is de motivatie groot om op de fairtrademarkt te exporteren. Consorcio Vinicola de Chile heeft geregeld contact met Sagrada Familia en laat zich door hen inspireren.


• Partner sinds 2005
• Product: Gran Descabezado

 


“Om te kunnen groeien, hebben we fair trade nodig”

 

 

Over de aap uit de
mouw van El Corazon
en de hobby van de
vrouwen van Lipimavida
(zondag 23 april:
Curicó, Palquibudi,
Lipimávida)

 

“In suikerstroop ingelegde kastanjes, zou
dat niets voor Oxfam-Wereldwinkels zijn?”


We rijden met Raúl westwaarts, op de oceaan af. Links van ons grazen
in een uitgedroogde rivierbedding enkele koeien wat gras van tussen de grote, ronde keien. Maar in de winter en de lente kan deze rivier buiten zijn oevers treden en kostbare landbouwgrond vernielen. In Palquibudi, een dorp dat nog net groot genoeg is om op mijn kaart te staan, draaien we langs een leuk baksteenkleurig torentje het erf op van El Corazón, een cooperativa campesina met geboortejaar 1966.
Een fundo van een Zwitser, een groot landgoed van duizend hectare, werd toen onteigend. Een dertigtal landarbeiders kreeg grond en besloot samen te werken. Gemakkelijk was het nooit: onvriendelijk terrein, een onvoorspelbare rivier (waaraan ze in 1985 180 hectare grond kwijt raakten) en de cerros, steile heuvels die niet
geschikt zijn voor landbouw. Uiteindelijk blijft er maar weinig bebouwbare grond over.

 

El Corazón deed en doet een beetje van alles: vee, maïs, tarwe, olijven, 10 hectare wijngaard. In 1981 sloten ze zich aan bij de veel grotere coöperatie Los Robles, waarmee ze, zoals ik gauw zou ondervinden, op gespannen voet leven. “Vroeger waren we daar met een hele groep kleintjes,” legt Heriberto, de gerente, mij uit. “Maar als het bij Los Robles niet zo goed ging, werden sommigen gewerkt.”
Los chicos, de kleintjes: het komt als een refrein terug in ons gesprek. De nieuwe beheerders van Los Robles zouden weinig sensibel voor hun problemen zijn. “Wie niet minstens twintig hectare heeft, telt niet echt mee. Als ervergaderd wordt, zitten we, heel typisch is dat, achteraan in de hoek. We zouden veel meer op wijn willenzetten, maar Los Robles lijkt ons daar niet echt in te steunen. Zes van onze socios staan te trappelen om 10 hectare extra druiven aan te planten. Nu verkopen we in de comercio justo enkel wat olijfolie, 1500 liter per jaar.”

 

En dan komt de aap uit de mouw: “We denken er aan om Los Robles in te ruilen voor Sagrada Familia.” Raúl, de baas van Sagrada Familia, zit mee aan tafel. Maar als goede diplomaat mengt hij zich niet in het gesprek. “Dat zou niet fair zijn”, zegt hij me later. ”Ik ben concurrent van Los Robles”

 

Drie jonge mensen staan ook te dringen om hun verhaal te doen. Ze zijn door Servicio País, een dienst voor plattelandsontwikkeling, aan El Corazón uitgeleend. Álvaro
is agronoom, Diana maatschappelijk werkster; Cecilia doet de administratie. Ze omschrijven hun werkgever ambtelijk als een ‘fonds voor de opheffing van de armoede’.

De bedoeling is jonge afgestudeerden naar de armste regio’s van Chili te sturen. Momenteel zitten zo’n vijfentwintig ploegen van drie mensen op het terrein. Ze
verdienen een goede 500 euro in de maand. “We zullen wel jonge idealisten zijn”, zegt Álvaro. “Maar we doen dit maar een paar jaar, dan worden we afgelost. We helpen bij de productie, maar proberen vooral ook de boeren bij elkaar te brengen. Want de traditie om samen dingen te doen, dreigt verloren te gaan.” Diana helpt ondermeer jonge mensen bij het zoeken naar een eigen huisje. Jonge gezinnen die noodgedwongen bij de ouders inwonen, is een Chileense plaag.

 

We rijden verder over wat de Rough Guide “a scenic road along the northern bank of the río Mataquito” noemt. Rijke grond, tarwe en fruitbomen. En toch wonen veel mensen in huisjes die soms zo klein zijn dat ze aan een wat groot uitgevallen hondenhok doen denken. Volgens Raúl zijn die woninkjes wel zodanig ontworpen dat ze kunnen ‘groeien’ naarmate de bewoners meer geld hebben.

 

In Licantén stoppen we even bij de grote houten sculptuur van de schrijver Paulo de Rokha, de beroemdste zoon van dit provinciestadje. Hij kijkt naar de grote brug over de Mataquito. De Rokha was Neruda’s aartsvijand. Hij verweet hem plagiaat te plegen en een misti• cador de los trabajadores te zijn. In 1968 jaagde hij zich een kogel door de mond. Los van hun geruzie, zegt Raúl, waren beide Chileense poëten ook “a• cionados de faldas de mujeres”, verzot op vrouwenrokken.

Het vissersdorpje Duao aan de oceaan. Het is twee uur en dan krijgt de Chileen honger. Het valt me trouwens op hoe overvloedig ze ’s middags eten. Niet de snelle hap waaraan wij gewend zijn geraakt. Ik loop nog even het haventje in waar een visser bij zijn rood en geel geverfde boot met zijn netten bezig is. “Hier kun je de beste mariscos van de wereld eten,” zegt hij met vrolijk chauvinisme. We volgen zijn raad op en doen ons te goed aan zeevruchten.

 

Ik las eens dat onze goedbedoelde bemoeienis met de Derde Wereld misschien wel een vorm van neokolonialisme is. Ik schrok nogal van die gedachte, hoewel ze voorzichtig was geformuleerd. Iets meer betalen voor een product en daarmee een handvol mensen helpen in Chili - de Chilenen zitten ergens tussen die Derde Wereld en wij: wat zou daar mis mee zijn? Dat die extra euro goed besteed is, heb ik met eigen ogen gezien. Wat nog het meeste indruk op mij heeft gemaakt, zijn de gewone mannen en vrouwen die geobsedeerd zijn door de gedachte dat hun kinderen het
beter moeten hebben dan zijzelf. En daarom moeten die kinderen studeren. Ik stond ervan te kijken hoe duur dat is in Chili; soms vergat ik dat de economie van Chili door de mangel van de neoliberale Chicago-boys is gehaald. Kinderen van boeren studeren voort dank zij een Sociaal Fonds waarin Oxfam-Wereldwinkels 10 dollarcent per liter
wijn of pot honing stort. Small kan inderdaad beautiful zijn. Ik vlieg door de lucht in een comfortabele stoel van señor Piñera, een soort lokale Berlusconi. En toch geniet ik van dit moment van vrede met mezelf. In Santiago is er nog even tijd voor een kleine bedevaart naar La Moneda, het presidentiële paleis waar Allende aan zijn tragisch einde kwam en nu de eerste vrouwelijke president uit de Chileense geschiedenis haar intrek heeft genomen. Op de binnenplaats is een fototentoonstelling van de blijde intrede van Michelle Bachelet. Een sociaaldemocrate, op de koop toe een gescheiden vrouw en moeder van drie kinderen, is president van dit macholand. Todo cambia. Is Chili echt een ander land aan het worden? De presidentiële wachters dragen laarzen die nog net zo hard blinken als onder Pinochet, maar de wachters anno 2006 zijn vriendelijk en ontspannen. Waarschijnlijk is dat één van de kleine verschillen tussen dictatuur en democratie.

 

Tekst: Willam Van laeken
Foto’s ©William van Laeken, Kurkdroog

 

 

 

Laureaten Jury Kurkdroog Megavino 2009

 

 

De Beste Bordeaux Wijn uit de supermarkt

 

Toelichting

 

 

De 25 koppige-jury boog zich dit jaar over de vraag: ‘Welke is de beste bordeaux uit de supermarkt’. De jury bestond uit 6 professionals (3 wijncritici, 1 wijninkoper, 2 Syntra-wijndocenten), 10 lezers van De Morgen en 9 wijnliefhebbers uit de Kurkdroog-hoek. Op de proeftafel: dertien wijnen, onherkenbaar gemaakt. Er werd gequoteerd op 100. De proevers hebben niet geaarzeld om voorkeur en afkeur te laten blijken in hun evaluaties. Er waren wijnen van meer dan 10 euro die amper 75% scoorden. Merkwaardig was dat de wijnen van het schitterende jaar 2005 het niet konden halen van de 2006, die al toegankelijker zijn.

 

 

 

Laureaten Kurkdroog/De Morgen Jury

 

 

• Award Beste Bordeaux (Rood)

 

Cambon La Pelouse – Haut-Médoc 2006, Delhaize & Colruyt Collishop, ca. 14 euro (Score 85,57 %)

 

Kreeg het hoogste cijfer van de De Morgen en de professionele jury (86,50%). Wijn met een geconcentreerde tint die boeit van bij het begin: fruitcharme met een goede diepte en een toets van ceder. In de mond pittig en goed gestoffeerd met behoorlijke tannine.


• Award van de De Morgen-jury

 

Côtes Rocheuses – St-Emilion Grand Cru 2006, Carrefour, 11,69 euro (Score 84,48%: deelscore De Morgen 86,40)

 

Hoge score, maar werd voor de eerste plaats genekt door de strenge evaluatie van de Kurkdroog-clan. Ook hier weer een zeer verzorgde neus met rozen, zomerfruit en mooi hout. In de mond een goede breedte en rijpe tannine, hoewel wat verstrengend naar het einde toe.


• Award Beste Prijs/Kwaliteit

 

Château Montfollet ‘Le Valentin’ – Blaye 2007, Cora, 9,59 euro (score 84,67%)

 

Dit is een bordeaux met een hoge dosis malbec, wat bij de Kurkdroog-jury in slechte aarde viel, maar door de professionele en De Morgen jury net sterk geapprecieerd werd. Fris en tegelijk complex aroma met wat gebrande koffie en toast. Sappig en vineus in de mond met terugkerend rood pitfruit in de finale en een behoorlijke lengte.

• Award Beste Witte Bordeaux

Château Mont-Pérat, Bordeaux 2007, Colruyt Collishop, 13,75 euro (score

(Score 83,88%)
Van dit domein dat zich in de ‘Première Côtes de Bordeaux’ bevindt, krijgen we blend van sémillon en sauvignon in het glas met een licht gouden tint, een genereus aroma met gestoofde appel, honing en wat gerookt hout. Lekker rond en boterig op de tong, malse textuur, wat sinaaszeste, goed geïntegreerde zuren en een harmonieuze finale.



Volledige uitslag:



Wit:


Mont-Perat – Bordeaux 2007 - Colruyt Collishop 13,75€ - 83,88%
La Bottière – Bordeaux 2008 – Delhaize 6,29€ - 78,00 %
Coucheroy – Pessac-Léognan 2006 – Spar - ??€ - 75,50%



Rood:


Cambon La Pelouse – H-Médoc 2006, Delhaize 14,90 ; Colruyt Collishop 13,75 – 85,57%
Montfollet ‘Le Valentin’ Blaye 2007 – Cora – 84,67%
Côtes Rocheuses St-Emilion GC 2006 –Carrefour/GB, 11,69€ - 84,48%
Fourcas-Hosten 2005 – Listrac - Delhaize – 12,90€ - 84,00%
Coucheroy – Pessac-Léognan 2006 – Spar - ??€ - 82,45%
Branda – Puisseguin-St-Em 2006 – Colruyt – 12,50€ - 82,33%
Coufran – H-Médoc 2004 – Colruyt – 13,65€ - 81,25%
Prieur de Meyney 2004 – St-Estèphe – Delhaize – 12,90€ - 81,20%
Verdignan – H-Médoc 2003 – Carrefour – 12,90€ - 80,33%
Lagarde Bellevue St-Emilion GC 2006 – Aldi – 8,99€ - 77,33%

 


 

 

 

 

Jury Kurkdroog